Stagereglement 2007 (versie 19 maart 2007)
Klik hier om het oorspronkelijke Stagereglement Arrondissement Alkmaar 2007 te downloaden.
Klik hier om de toelichting op het Stagereglement te downloaden.
Bent u beëdigd voor de inwerkingtreding van het Stagereglement 2007 dan is het Stagereglement 2006 van toepassing. Klik hier om te downloaden.
Stagereglement Arrondissement Alkmaar 2007
De Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten te Alkmaar heeft, met het oog op art. 9b en 26 van de Advocatenwet en de inhoud van de Stageverordening 1988, het hierna omschreven stagereglement vastgesteld in haar vergadering van 19 maart 2007. Hiermee is het stagereglement zoals vastgesteld door de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten te Alkmaar van 20 februari 2006 vervallen.
Algemeen
1. In dit het reglement wordt verstaan onder
1.1 De stagiaire: de advocaat die niet in het bezit is van de verklaring zoals bedoeld in art. 10 Stageverordening 1988.
1.2 De binnenstagiaire: de stagiaire zoals onder a bedoeld die hetzij in loondienst is van (het kantoor van) zijn patroon hetzij deel uitmaakt van het samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 1b Samenwerkingsverordening 1993, waarin zijn patroon eveneens de praktijk uitoefent en op hetzelfde adres werkzaam is.
1.3 De buitenstagiaire: de stagiaire zoals onder a bedoeld die anders dan ten kantore van zijn patroon de praktijk uitoefent.
1.4 De ondernemer-stagiaire: de stagiaire zoals onder a bedoeld die de praktijk voor eigen rekening en risico uitoefent.
1.5 De contactpersoon: het aangewezen lid van de Raad van Toezicht, dat in beginsel de contacten onderhoudt met de stagiaire.
1.6 De stage: de periode gedurende welke de verhouding tussen de patroon en de stagiaire als bedoeld in artikel 9b van de Advocatenwet voortduurt.
1.7 Het stageplan: Een schriftelijke weergave van de afspraken tussen de stagiaire en de patroon, in geval van een buitenstagiaire en ondernemer-stagiaire.
2 De stagiaire : algemene bepalingen
2.1 De aspirant-stagiaire zal de afspraken en voorwaarden waaronder de stage wordt overeengekomen schriftelijk doen overeenkomen en ter goedkeuring aan de Deken overhandigen. Dit betreft tenminste:
- bij loondienst: de arbeidsovereenkomst
- bij kantoorcombinatie: de samenwerkingsovereenkomst
- bij een maatschap: de maatschapsovereenkomst
Ingeval van tussentijdse wijziging van een overeenkomst zoals hier bedoeld, dient de voorgenomen wijziging vooraf ter goedkeuring aan de Deken worden voorgelegd.
2.2 De stagiaire geniet een opleiding onder toezicht van een patroon. De Raad van Toezicht benoemt een lid uit haar midden dat optreedt als contactpersoon. De stagiaire houdt de contactpersoon op de hoogte van alle omstandigheden die een voortgang van de opleiding belemmeren.
2.3 De stagiaire die in deeltijd werkzaam wenst te zijn dient van het voornemen daartoe kennis te geven aan de Raad van Toezicht. Met toepassing van art. 8 lid 2 van de Stageverordening stelt de Raad van Toezicht het minimum aantal uren per week dat de stagiaire praktijk uitoefent vast op 20 uur binnen de reguliere kantoortijd. De stageduur zal naar evenredigheid worden verlengd.
2.4 De patroon en de stagiaire dragen er zorg voor dat jaarlijks een tussentijds verslag aan de contactpersoon wordt gezonden van het verloop van de stage.
Na afloop van de stageperiode wordt een eindverslag opgesteld met daarbij gevoegd een opsomming van genoten opleidingsmaatregelen en de respectievelijke data hiervan.
2.5 De stagiaire draagt er zorg voor dat van het verloop van de opleiding verslag wordt gedaan in de door de Raad van Toezicht beschikbaar gestelde “Portfolio voor advocaatstagiaires”.
2.6 Het eindverslag wordt besproken met de contactpersoon. Hierna kan een verzoek worden gedaan tot afgifte van een stageverklaring, zoals bedoeld in artikel 10 Stageverordening.
2.7 De Raad van Toezicht kan zonodig van de stagiaire of de patroon nadere informatie verlangen teneinde te bepalen of de stagiaire naar behoren aan de opleidingseisen heeft voldaan en over voldoende praktijkervaring beschikt.
3. De patroon
3.1 De advocaat die met het patronaat wenst te worden belast dient daarvoor goedkeuring te krijgen van de Raad van Toezicht. De patroon is in hetzelfde arrondissement gevestigd als de stagiaire.
3.2 De Raad van Toezicht kan aan de goedkeuring van de patroon nadere voorwaarden verbinden.
3.3 Goedkeuring van een patronaat kan worden onthouden onder meer als de beoogde patroon naar het oordeel van de Raad van Toezicht op zodanige wijze in strijd met de Advocatenwet en de daarop gebaseerde regelgeving respectievelijk het gedrags - en/of het tuchtrecht heeft gehandeld, dat er naar het oordeel van de Raad van Toezicht onvoldoende waarborgen zijn voor een goede invulling / uitoefening van het patronaat.
3.4 De Raad van Toezicht kan goedkeuring van het patronaat intrekken ingeval de patroon naar het oordeel van de Raad van Toezicht op zodanige wijze in strijd met de Advocatenwet en de daarop gebaseerde regelgeving respectievelijk het gedrags - en/of tuchtrecht heeft gehandeld of handelt, dat er naar het oordeel van de Raad van Toezicht onvoldoende waarborgen zijn voor een goede verdere invulling / uitoefening van het patronaat.
3.5 Een patroon kan met goedkeuring van de Raad van Toezicht patroon worden over ten hoogste twee stagiaires van wie maximaal één buitenstagiaire. Een patroon kan slechts patroon van een tweede stagiaire worden indien zijn/haar eerste stagiaire meer dan een jaar onafgebroken als advocaat werkzaam is.
3.6 De patroon dient aantoonbaar een patroonscursus te hebben gevolgd zoals die wordt aangeboden door een door de Algemene Raad erkende onderwijsinstelling zoals bedoeld in de Verordening Permanente Opleiding 2000, althans met een in redelijkheid daaraan gelijk te stellen opleiding.
3.7 Ingeval een advocaat reeds voor 1 januari 2007 is opgetreden als patroon geldt de opleidingsverplichting zoals bedoeld in artikel 3.6 niet.
3.8 Ingeval een patroon zal optreden voor een buitenstagiaire geldt de gestelde vrijstelling van artikel 3.7 niet en is het zondermeer een vereiste de hierbedoelde patroonscursus te hebben gevolgd.
3.9 De patroon dient voor de opleiding en de begeleiding van de stagiaire aantoonbaar tijd beschikbaar te stellen. Tenminste spant de patroon zich in voor de activiteiten, waar verslag van wordt gevraagd in het Portfolio.
3.10. De patroon is gehouden de Deken te informeren, ingeval er zorgen zijn ten aanzien van de continuïteit van de praktijk van de stagiaire. Dit geldt in bijzondere mate ingeval er sprake is van een ondernemer-stagiaire of een buitenpatronaat.
4. De binnenstagiaire
4.1 Hetgeen hierboven in artikel 2 is gesteld geldt onverkort.
4.2 De op de verhouding met de stagiaire toepasselijke arbeidsvoorwaarden worden, voor het moment waarop de aanstelling begint, schriftelijk vastgelegd, overeenkomstig het model van de arbeidsovereenkomst zoals opgesteld door de Nederlandse Orde van Advocaten, behoudens een door werkgever voldoende gemotiveerde afwijking.
4.3 De arbeidsovereenkomst dient in geval van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, in tijd samen te vallen met de duur van de stage.
4.4 Gelet op het bepaalde in artikel 4.2 is in de arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding niet toegestaan.
4.5 In de arbeidsovereenkomst wordt niet dan na goedkeuring van de Raad van Toezicht een relatiebeding overeengekomen en slechts onder de voorwaarden dat daarin de Raad van Toezicht als arbiter of bindend adviseur bij gerezen geschillen wordt aangewezen. Een goedkeuring aan het relatiebeding wordt niet verleend ingeval:
- het beding ruimer is dan 6 maanden, te rekenen vanaf het einde van de arbeidsovereenkomst of samenwerkingsovereenkomst;
- en/of een boetebeding is opgenomen.
5. De buitenstagiaire
5.1 Hetgeen hierboven in artikel 2 is gesteld geldt onverkort.
5.2 De Raad van Toezicht voert een uiterst restrictief beleid bij het aan stagiaires verlenen van vrijstelling van de verplichting om bij de patroon kantoor te houden. De Raad van Toezicht ziet er daarom bij gebruikmaking van de bevoegdheid zoals bedoeld in art. 9b lid 3 Advocatenwet op toe dat tenminste aan de voorwaarden zoals genoemd in de volgende artikelleden wordt voldaan.
5.3 De buitenstagiaire dient aan te tonen dat intensieve sollicitatieactiviteiten niet tot het resultaat hebben geleid bij een patroon op kantoor een binnenstageplaats te vervullen.
5.4 De buitenstagiaire dient tenminste een periode van zes maanden serieus getracht te hebben een patroon te vinden waarbij hij gedurende deze tijd ook de bevoegdheid heeft om inschrijving als advocaat te verzoeken zoals bedoeld in art. 2 Advocatenwet. Behoudens dringende noodzaak behoren sollicitaties niet tot één arrondissement beperkt te blijven. In beginsel zal de Raad van Toezicht geen relevante betekenis toekennen aan de zogenaamde open sollicitaties.
5.5 De buitenstagiaire dient kantoor te gaan houden tezamen met tenminste één advocaat die reeds een stageverklaring heeft verkregen in enig samenwerkingsverband.
5.6 De buitenstagiaire dient aan te tonen dat hij zal kunnen beschikken over een behoorlijk huisvesting, voorzien van de nodige inventaris, vakliteratuur en moderne communicatiemiddelen.
5.7 Binnen een periode van drie maanden na aanvang van de praktijk draagt de buitenstagiaire er zorg voor dat aan de Raad van Toezicht wordt overgelegd een auditverklaring zoals bedoeld in de door de Nederlandse Orde van Advocaten ontworpen ‘Kwaliteitsstandaard op de Kantoororganisatie 2007”, danwel een opvolger van deze ‘Kwaliteitsstandaard’ of een hiermee te vergelijken kwaliteitsdocument, welke verklaring ook betrekking heeft op de praktijk van de stagiaire.
5.8 Bij de indiening van het verzoek om vrijstelling dient de stagiaire aan te tonen dat:
a. hij beschikt over een liquide vermogen of kredietfaciliteit bij een erkende bankinstelling van minimaal € 30.000,-;
b. door hem wordt voldaan aan de vereisten gesteld in de Verordening op de Beroepsaansprakelijkheid 1991;
c. hij voldoet aan de bepalingen van de Boekhoudverordening 1998 (stichting derdengelden);
d. hij is verzekerd tegen het risico van arbeidsongeschiktheid, rechtgevend op een uitkering die minimaal overeenkomt met het niveau van het minimumloon.
5.9 Bij indiening van onderhavig verzoek dient de buitenstagiaire de Raad van Toezicht gedocumenteerd in te lichten over de financiering van de voorgenomen praktijk aan de hand van een gedetailleerd en van een toelichting voorziene begroting voor de duur van de stage.
5.10. Ten aanzien van de patroon van de buitenstagiaire geldt naast het gestelde in artikel 3 nog aanvullend het volgende:
a. de patroon dient tenminste 7 jaar als advocaat werkzaam te zijn geweest. Verkorting van de termijn van artikel 4 lid 3 Stageverordening wordt niet verleend behoudens zeer bijzondere omstandigheden.
b. de kantoren van de patroon en de stagiaire zullen niet meer dan op een afstand van 25 km zijn gevestigd.
c. de patroon ondertekent een schriftelijk stageplan waarin de prestaties over en weer van patroon en stagiaire zijn geformuleerd, onder meer met betrekking tot de bezoekfrequentie bij elkaar op kantoor, de aard en intensiteit van de begeleiding, en de (indien van toepassing) financiële vergoeding van de begeleiding.
d. de patroon brengt elke 6 maanden schriftelijk verslag uit aan de contactpersoon, waarin tenminste verslag wordt gedaan van opgedane ervaringen van de stagiaire in en buiten rechte, waardering van schriftelijke stukken, inrichting van dossiers en kantoor en verbeterpunten. Tevens wordt inzicht gegeven in de kwantiteit van de behandelde dossiers en het vooruitzicht hierop gedurende het resterend deel van de stage.
5.11. De contactpersoon heeft elk half jaar een gesprek met de stagiaire, tenzij dit door de contactpersoon niet als doelmatig wordt beoordeeld.
6. De ondernemer-stagiaire
6.1 Hetgeen hierboven in artikel 2 is gesteld geldt onverkort.
6.2 De op de verhouding met de stagiaire toepasselijke samenwerkingsvoorwaarden worden, voor het moment waarop de aanstelling begint, schriftelijk vastgelegd.
6.3 De samenwerkingsovereenkomst dient in de bepaalde tijd samen te vallen met de duur van de stage.
6.4 In de samenwerkingsovereenkomst is een concurrentiebeding niet toegestaan.
6.5 In de samenwerkingsovereenkomst wordt niet dan na goedkeuring van de Raad van Toezicht een relatiebeding overeengekomen en slechts onder de voorwaarden dat daarin de Raad van Toezicht als arbiter of bindend adviseur bij gerezen geschillen wordt aangewezen. Een goedkeuring aan het relatiebeding wordt niet verleend ingeval:
- het beding ruimer is dan een half jaar, te rekenen vanaf het einde van de samenwerkingsovereenkomst;
- en/of een boetebeding is opgenomen.
6.6 De ondernemer-stagiaire dient aan te tonen dat hij zal kunnen beschikken over een behoorlijke huisvesting, voorzien van de nodige inventaris, vakliteratuur en communicatiemiddelen.
6.7 Binnen een periode van drie maanden na aanvang van de praktijk draagt de ondernemer-stagiaire er zorg voor dat aan de Raad van Toezicht wordt overgelegd een auditverklaring zoals bedoeld in de door de Nederlandse Orde van Advocaten ontworpen ‘Kwaliteitsstandaard op de Kantoororganisatie 2007’ dan wel een opvolger van deze ‘Kwaliteitsstandaard’ of een hiermee te vergelijke kwaliteitsdocument, welke verklaring ook betrekking heeft op de praktijk van de stagiaire.
6.8 Bij de indiening van het verzoek om vrijstelling dient de ondernemer-stagiaire aan te tonen dat:
a. hij beschikt over een liquide vermogen of kredietfaciliteit bij een erkende bankinstelling van minimaal € 30.000,-;
b. door hem wordt voldaan aan de vereisten gesteld in de Verordening op de Beroepsaansprakelijkheid 1991;
c. hij voldoet aan de bepalingen van de Boekhoudverordening 1998 (stichting derdengelden);
d. hij is verzekerd tegen het risico van arbeidsongeschiktheid, rechtgevend op een uitkering die minimaal overeenkomt met het niveau van het minimumloon.
6.9 Bij indiening van onderhavig verzoek dient de ondernemer-stagiaire de Raad van Toezicht gedocumenteerd in te lichten over de financiering van de voorgenomen praktijk aan de hand van een gedetailleerd en van een toelichting voorziene begroting voor de duur van de stage.
6.10. De ondernemer-stagiaire is gehouden de Deken te informeren, ingeval de financiering van de praktijk, al dan niet tijdelijk, tot het wijzigen van afspraken dreigt te leiden.
7. De opleiding en ervaringseisen.
7.1 De stagiaire is verplicht om naast de vereisten van de beroepsopleiding van de Nederlandse Orde van Advocaten tevens een aantal opleidingspunten te behalen door het volgen van plaatselijke cursussen, die worden georganiseerd namens de Raad van Toezicht door de Opleidingscommissie.
7.2 De verplichte opleiding bevat tenminste 74 opleidingspunten. Dit overeenkomstig het door de Algemene Raad van de Orde van Advocaten vastgelegde VSO-beleid. De opleidingspunten worden als volgt behaald:
a. het behalen van 40 opleidingspunten, door middel van het volgen van een of meerdere VSO-cursussen uit het cursusaanbod van de door de Nederlandse Orde van Advocaten erkende opleidingsinstellingen;
b. het behalen van 12 vakinhoudelijke opleidingspunten door middel van het volgen van V.S.O. en/of P.O. cursussen;
c. het behalen van 18 opleidingspunten naar eigen keuze, waarvan tenminste 9 punten door het volgen van cursussen of lezingen, die zijn georganiseerd door de Opleidingscommissie zoals bedoeld in artikel 7.1;
d. het behalen van 4 opleidingspunten door het actief deelnemen aan een pleitoefening en het als toehoorder aanwezig zijn bij twee pleitoefeningen, die door de Opleidingscommissie worden georganiseerd.
7.3 De verplichte ervaringseisen bevatten de volgende elementen:
a. het aanwezig zijn bij tenminste een jaarvergadering van de Orde van Advocaten in het arrondissement Alkmaar;
b. het aantoonbaar als toehoorder bijwonen en maken van een verslag van twee zittingen van respectievelijk de sector bestuur, civiel, straf en kanton van een rechtbank waarbij een advocaat optreedt. De contactpersoon keurt het verslag goed.
c. het aantoonbaar tenminste tien keren voor een gerechtelijk of arbitraal college schriftelijk dan wel mondeling actief en inhoudelijk zijn opgetreden.
7.4 Voor het geval een stagiaire tussentijds zich vestigt in het arrondissement Alkmaar, zal de Raad van Toezicht de reeds in een ander arrondissement erkende en behaalde opleidingspunten overnemen en betrekken bij de beoordeling van het verzoek om afgifte van een stageverklaring.
8. Slotbepalingen
De Raad van Toezicht is bevoegd zowel om nadere maatregelen te stellen als om af te wijken van de bepalingen van dit reglement, wanneer zich naar het oordeel van de Raad van Toezicht zeer bijzondere omstandigheden voordoen, die hiertoe aanleiding geven met het oog op de goede en passende opleiding van de stagiaire.
9. Dit reglement treedt in werking met onmiddellijke ingang.
Aldus vastgesteld door de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het Arrondissement Alkmaar op 19 maart 2007.
Deken,
(mr. A. Castelijns)
Secretaris,
(mr F. Baars)